Wat is Meekrap?

De meekrap (Rubia tinctorum), ook wel mee of mede is een plant die behoort tot de sterbladigenfamilie. Meekrap werd vroeger gebruikt als grondstof voor de rode kleurstof alizarine. Daarnaast wordt aan meekrap ook een medicinale werking toegeschreven.

De plant wordt 60-90 cm hoog en heeft kleine gele bloemen. In de grond bevinden zich wortelstokken, die 50-100 cm in de grond steken.

de-MeekrapHerkomst

Meekrap komt van nature voor in Klein-Azië en in het oostelijke deel van het Middellandse Zeegebied. Vanaf de 15e eeuw komt meekrap in Nederland voor, vooral op de goed bemeste kleigronden van Zeeland en de Zuid-Hollandse Eilanden. Pogingen om de plant te telen in andere delen van Nederland, zoals de Betuwe, Friesland, Groningen en Noord-Holland mislukten echter. Rond 1870 verdween de soort in relatief korte tijd als gewas toen er een procedé was gevonden waarmee de verfgrondstof relatief eenvoudig op chemische wijze uit koolteer kon worden gewonnen.

Toepassingen

Meekrap werd als landbouwproduct vooral geteeld voor de rode kleurstof alizarine, die werd gebruikt voor het kleuren van textiel en leer. Ook werd meekrap gebruikt in de miniatuurschilderkunst, als pigment om olieverf of lijmverf te kleuren. Daarnaast wordt er al sinds de oudheid een medicinale werking aan deze plant toegeschreven.

Turks Rood

De rode verfstof die uit de meekrapplant werd gewonnen, staat onder diverse namen bekend, afhankelijk van het bij de winning toegepaste proces. Een handelsnaam is Turks Rood, een andere is kraplak.

De verfstof werd gewonnen uit de wortelstok van de meekrapplant. Nadat de wortels van de 3-jarige meekrapplant in de maanden september tot november waren gedolven, werden ze opgeslagen in meekrapstoven die in de onmiddellijke nabijheid van de meekrapvelden waren gelegen. Een meekrapstoof bestond uit drie gedeelten: een schuur (de koude stoof) waarin de wortels bij aankomst werden gestort; een droogtoren waarin een oven aanwezig was die voor een snelle droging zorgde en waarin de wortels werden gezuiverd, en een stamphuis waarin de wortels werden verpulverd met behulp van grote stampers die met paardenkracht werden aangedreven. Vanwege de hoge investeringskosten hadden meerdere boeren (meestal zestien) samen één meekrapstoof, een zeer vroege vorm van landbouwcoöperatie. Het meekrappoeder werd verhandeld op de stapelmarkt van Rotterdam; daarvandaan werd het verfpoeder verkocht aan ververijen en katoendrukkerijen.

Vanaf het midden van de negentiende eeuw werden er fabrieken opgericht die niet langer eigendom waren van de boeren zelf, maar van zelfstandige firma’s. In die fabrieken werden stoommachines ingezet voor het malen van de wortels.

Een volgende grote innovatie was de introductie van garancinefabrieken, waarin ongezuiverd meekrappoeder via een chemisch proces met water en zwavelzuur werd gefilterd. Daardoor ontstond er uiteindelijk garancine, dat een hogere concentratie kleurstof bevatte dan het traditionele meekrappoeder. Nadeel van de garancinefabricage was de enorme milieu-overlast die het veroorzaakte. Het afgewerkte zwavelzuur werd direct op het oppervlaktewater geloosd, wat niet alleen een grote watervervuiling, maar ook een ondraaglijke stank veroorzaakte.

Toen in 1868 in Duitsland werd ontdekt hoe alizarine langs synthetische weg kon worden bereid, ging het snel bergafwaarts met de meekrapteelt. Begin 21e eeuw is ze weer in opmars, onder meer vanwege de toxische eigenschappen van synthetische alizarine. De milieuproblemen bij garancineproductie uit meekrap zijn bij het huidige extractieproces niet meer aan de orde.

Bron: Wikipedia